Geplaatst op Geef een reactie

Revisie Luxman 707 II

Untitled-1 copy

Volgens de schamele gegevens die er voorhanden zijn over de  geschiedenis van het Japanse audiomerk Luxman zou deze vroege transistorversterker eind jaren ’60, begin jaren ’70 geproduceerd moeten zijn.

Die eerste Luxman transistorversterkers stonden altijd al bekend om hun vakbekwame ontwerp en zeer degelijke constructie, maar vooral bij liefhebbers ook om de bovengemiddeld mooie “sound”.   Deze 707 II is daarop geen uitzondering, er zit een opvallend mooi geluid in. Dat je er geen house party mee in vuur en vlam kan zetten is een bijkomstigheid, hij is veel beter geschikt om bij in de luie stoel rustig achterover te leunen en te genieten van een goed stuk muziek. En, hoorde je er nog nooit één, je zult verbaasd zijn over alle muzikaliteit die er verborgen heeft gezeten in de muziek die je dacht zo goed te kennen.

Natuurlijk zijn dit apparaten die al een heel leven achter de rug hebben. Het exemplaar wat ik onderhanden heb mogen nemen was dat alleen niet heel erg aan te zien, zij(*) zag er erg mooi uit. De eigenaar, voor wie ik deze versterker reviseerde, heeft haar speciaal uit België laten overkomen, omdat juist daar een mooie werd aangeboden en hij – als verzamelaar – niet alleen het technische aspect van belang vindt, maar ook de juiste optiek op waarde schat.

Aan mij werd de vraag gesteld of ik het technische gedeelte weer “up to spec” wilde maken. Graag, ik houd er van dit soort versterkers te reviseren, uit respect voor de toewijding waarmee dit ooit is ontworpen en geproduceerd.

Wat vaak een issue is bij deze versterkers is het “verlopen” van een deel van de oorspronkelijke transistors. De “power transistors” zijn zolang een versterker het nog doet eigenlijk nooit het probleem, met de zogenaamde “kleinsignaal transistors” ligt dat anders. Ook bij deze versterker waren die niet meer optimaal, iets wat zich uitte in het flink ruisen van het rechter kanaal, wat ook hoorbaar bleef als het volume op nul stond gedraaid. Om die reden zijn alle kleinsignaaltransistors vervangen.

Verder zijn bij deze versterker ook de elco’s (electrolytische condensatoren) vervangen. Allemaal, ook de “grote” uit de voeding. Grote tussen aanhalingstekens, omdat ’t eigenlijk een kleintje is, bovendien ook nog eens in z’n eentje, terwijl twee in de voeding gebruikelijker is. De vraag vooraf is eigenlijk altijd; is het nodig om die elco’s te vervangen? Voor de versterkers uit begin jaren ’70 is die vraag niet altijd makkelijk te beantwoorden, voor latere bouwjaren wel, dan is het antwoord simpelweg “Ja!”. De kwaliteit van elco’s is vanaf de jaren ’80 afgenomen, juist de oudjes doen het vaak nog goed. Toch is de vraag ook hier pas goed te beantwoorden nadat je alle elco’s hebt verwijderd en buiten de print hebt getest. Omdat, het gros van het werk dan toch al is gedaan, betekent het hier eigenlijk ook altijd “Ja!”, de meerkosten staan niet in verhouding tot de kosten van een reparatie als er een keer een elco sneuvelt, wat in het slechtste geval tot gevolg kan hebben dat de – niet meer origineel te krijgen – eindtransistors doorbranden. Bij deze versterker waren de elco’s nog allemaal functionerend, maar er zat toch een aardig aantal bij dat niet meer voldeed aan de fabrieksspecificaties.

Een katje om zonder handschoenen aan te pakken is deze versterker niet; er is geen enkele afdruk of referentie op de print, bovendien is het schamele schema wat er voorhanden is ook nog eens behoorlijk incompleet. Daar stonden maar 27 elco’s op, terwijl er uiteindelijk  37 in bleken te zitten. Daar gaat je planning :). Toch, de charme en de geluidskwaliteit van het apparaat doen je dat snel vergeten.

En zeker na de revisie,  deze versterker klinkt nu weer echt optimaal. De ruis is er uit, je kunt nu weer echt genieten van de enorm mooie sound die er van oorsprong wel in zit, maar door de ouderdom wat op de achtergrond was geraakt. Revisie? Ach, in deze tijden praten we eerder over een make-over :).

* De eigenaar vindt dat versterkers vrouwelijk zijn.